Op een mooie zomerdag gingen Anna en haar ouders op reis in Duitsland. Ze brachten door in het Hotel Sonne, dat in füssen lag. Füssen was een leuke en gezellige stad, en daarom maakte het gezin van Anna er de gelegenheid van om eens een fietstochtje te maken. Na een heerlijk ontbijt in het hotel gingen ze naar de supermarkt van Füssen om daar een sandwich te kopen voor de middag. Ze hadden geen fietsen mee genomen vanuit hun Belgenlandje, waar ze woonden, dus gingen ze op zoek naar een fietsenverhuur en al gauw hadden ze er een gevonden. Het drietal ging binnen in het klein ouderwets gebouw, waar een man een fiets aan het poetsen was. Toen hij de drie klanten zag binnenkomen, hield hij op met poetsen en begroette hij de moeder en vader van Anna. De man gaf de vader van Anna een fiets die hij moest uitproberen door een paar rondjes te fietsen op een heel klein pleintje, en hij merkte meteen dat die fiets perfect was. Haar moeder pakte een donkerblauwe fiets, en ook die was zeer geschikt. De man gaf Anna een klein, geel fietsje, maar toen Anna daarop reed, ging ze er meteen af en vroeg om een andere. De tweede fiets was net iets te groot, maar de derde was goed. En toen vertrokken ze op pad. Eerst gingen ze een klein druk wegje in, een leuk winkelbuurtje, dan nog vijf minuten rechtdoor rijden, tot ze bij een fietspad kwamen. Ze sloegen rechts af en volgden het fietspad. Na een paar kilometer sloegen ze af bij een reusachtige eik, een aardewegje in. En na een halfuurtje rijden door de prachtige natuur kwamen ze bij een groot meer. En daar stopten ze even. Een kwartiertje zaten ze rustig bij het meer. Met als achtergrondgeluid het kabbelen van een beekje. Toen ze uitgerust waren sprong iedereen weer op zijn fiets. Papa keek nog heel even weer op de kaart, en besloot toen dat we een wat avontuurlijkere weg zouden nemen. Bij de eerste vijf splitsingen moest de vader van Anna elke keer stoppen om op zijn kaart te kijken of ze wel juist waren en welke kant ze nu opmoesten. Na de laatste splitsing moesten ze een grote heuvel op. Dan een klein stukje naar beneden, maar toen weer naar boven. Na vele heuvels op te rijden ploften ze neer op een bankje. Van op dat bankje kreeg je een uitzicht dat een beeld gaf van hoe hoog ze al waren, en dat was zéér hoog. Anna haalde de drie sandwiches uit de rugzak van haar vader en deelde ze uit. Toen begon ze meteen te eten, net zoals haar ouders deden. De wespen die hen lastigvielen waren een erg groot probleem, want Anna’s gezin was heel bang voor wespen. Uiteindelijk kregen ze hun broodjes toch helemaal op zonder een wesp meegeslikt te hebben. Na de middagmaaltijd keek vader weer op zijn kaart, pakte zijn fiets en ging ons weer een andere weg voor naar beneden. Anna en haar moeder volgden. Ze fietsten naast een groot, diep ravijn, wat toch wel een akelig gevoel gaf. Anna had best wel plezier in het naar beneden gaan. Maar na twee minuten fietsen op de kiezelstenen weg ging het nogal stijl naar beneden. De fiets van Anna wankelde een beetje, en uit paniek riep ze: “Help!”
Anna verloor nog meer controle over haar fiets tot ze uiteindelijk haar evenwicht verloor. Na nog een laatste en vlugge kreet viel ze, en de fiets viel op haar. En ze viel… In richting van het ravijn!
En daar lag ze. Even versuft, en toen besefte ze dat ze daar lag aan de rand van een ravijn, met een zwaar wegende fiets op haar, en één van haar benen lag in het ravijn. Natuurlijk waren Anna’s ouders gestopt. Haar mama kwam aangelopen en legde de fiets even aan de kant, zodat Anna kon opstaan. “Alles in orde?”, vroeg haar papa bezorgd.
“Ja, ja, alles is in orde. Alleen een paar blauwe plekken denk ik”, antwoordde Anna. Even was het stil. “Zo”, zei de papa van Anna toen.
“Ik denk dat we beter een andere route zouden nemen. Volg mij maar.” Hij ging met zijn fiets aan de hand terug de heuvel op. De twee anderen bleven even staan. Uiteindelijk vroeg Anna: “En, gaan we papa nog volgen of blijven we hier de hele dag nog staan staren?” Ze ging achter haar vader aan terwijl ze de fiets meesleepte. Haar moeder glimlachte, en ging de rest achterna.
Na een veel veiligere weg terug brachten ze de fietsen naar het fietsenverhuur, betaalden ze en liepen samen terug naar het hotel. En toen ze die avond gezellig in een restaurant zaten te praten over wat er die dag was gebeurd, hadden ze weer iets meegemaakt om door te vertellen aan iedereen die het maar horen wilde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten